Potgebruik in de vroeg-neolithische Swifterbant Keuken van Medel - De Roeskamp

Tania F.M. Oudemans (Kenaz Consult & Laboratory) en Lucy Kubiak-Martens (BIAX Consult)

De dagelijkse culinaire praktijk van het koken van granen en vis in aardewerken potten wordt levendig geïllustreerd aan de hand van het gecombineerde chemische en botanisch onderzoek van voedselresten op verschillende soorten aardewerk. Opvallend is het selectief gebruik van grote en kleine potten voor verschillende soorten voedsel. 

 

Onderzoeksmethoden

Gecombineerd micro-botanisch onderzoek m.b.v. Rasterelectronenmicroscopie (SEM) en chemisch onderzoek m.b.v. ATR-FTIR-Spectroscopie en Direkte temperatuur-opgeloste massaspectrometrie (DTMS).

Introductie

De dagelijkse culinaire praktijk van het koken van granen en vis in aardewerken potten, wordt levendig geïllustreerd aan de hand van het gecombineerde chemische en botanisch onderzoek van voedselresten op verschillende soorten aardewerk.

Organische residuen op aangekoekt aardewerk zijn vaak een overblijfsel van de oorspronkelijke potinhoud of de voedselresten gekookt in de pot (zie afbeelding 1). De residuen zijn meestal het resultaat van één van de laatste gebruiks-fasen van het aardewerk en zijn een excellente bron van informatie over dagelijkse voedselvoorbereiding. De analyse van deze residuen maakt het mogelijk inzicht te krijgen in hoe mensen hun voedsel voorbereidden, welke variatie aan voedsel ze kookten en, in het meest ideale geval ook welke potten gebruikt werden voor welke soorten voedsel. [1]

Een uitgebreide assemblage Vroeg-Neolithisch aardewerk met residuen, afkomstig uit de recent opgegraven Swifterbant Cultuur site in Medel – De Roeskamp (c.4400-3900 cal BC) werd hiervoor geanalyseerd. De site van Medel-De Roeskamp ligt in zand en klei op een oeverwal in de provincie Gelderland. De broad-spectrum subsistence economy van de site berustte op wild en gedomesticeerde dieren, vissen en ander aquatisch voedsel, op lokale graanteelt en het verzamelen van wilde planten.

[1] Kubiak-Martens & Oudemans, 2023


Afbeelding 1. Aardewerkfragment (V17588) uit Medel – De Roeskamp betreft een fragment van een grote pot. De foto’s tonen de buitenzijde (links- boven) en de binnenzijde van het fragment (rechtsboven) en een detail van het residu (onder). De witte rechthoek toont de locatie van monster TR016. Foto’s: © T.F.M. Oudemans.

Onderzoeksvraag

Hoewel het aardewerk van de Swifterbant Cultuur in het algemeen, en van Medel in het bijzonder, uitgebreid bestudeerd is, zijn de functie van het aardewerk en de aard van het dagelijkse aardewerkgebruik onderwerp van voortdurende discussie. Het doel van het organische residu onderzoek was het in kaart brengen van het gebruik van verschillende soorten aardewerk en een inzicht verkrijgen in de kookgebruiken op de site.

 

Wetenschappelijk onderzoek en de gebruikte technieken

De studie van voedselresten is echter een complexe zaak en geen enkele onderzoeksmethode is toereikend om de kook processen in de prehistorie volledig te begrijpen. Daarom is gekozen voor een gecombineerde aanpak met twee disciplines – micro-botanische en chemische analyse. Het botanisch Scanning Electron Microscope (SEM) onderzoek is erop gericht de anatomische kenmerken te bestuderen van kleine fragmenten van plantenweefsel of dierlijk materiaal, die het proces van voedselbereiding overleefd hebben. Chemisch onderzoek is erop gericht de moleculen uit het oorspronkelijke materiaal te identificeren. Daarbij wordt allereerst met infraroodspectroscopie (ATR-FTIR) onderzocht of überhaupt nog organische verbindingen in de residuen aanwezig zijn. Indien dat het geval is, wordt een gedetailleerde karakterisering van de totale organische samenstelling van de residuen gemaakt met behulp van massaspectrometrie (DTMS).

 

Welke kenniswinst heeft het onderzoek opgeleverd?

Drie groepen residuen afkomstig van verschillende soorten voedsel konden worden geïdentificeerd. Opvallend is het selectief gebruik van grote en kleine potten voor verschillende soorten voedsel.

Voedselgroep 1 bevat vier residuen van voedsel dat alleen uit graan bestaat (zie afbeelding 2, links), een soort graanpap of brij. Resten van de granen werden gevonden in residuen die chemisch gezien alleen verkoolde plantaardige koolhydraten en eiwitten bevatten (een typische samenstelling voor granen). Het graan is waarschijnlijk alleen gekookt in water. Opvallend is dat deze graan-pap alleen werd gekookt in kleine potten (17-19 cm) in diameter, waarvan sommigen Kugelbecher bekertjes waren. Voedselgroep 2 bevat drie sterk gedegradeerde residuen met visresten (schubben en visbotfragmenten) (zie afbeelding 2, rechts). De maaltijden met alleen vis erin werden enkel in grote potten (20-35 cm in diameter) gekookt. Voedselgroep 3 bevat vijf residuen van gemengd voedsel waarin groene plantenfragmenten voorkomen in combinatie met plantaardige koolhydraten en een eiwitrijke, vettige, dierlijke component (vlees of vis). Gemengd voedsel met resten van groene planten is zowel in grote als kleine potten gevonden. Over de betekenis van deze correlatie in termen van menselijk handelen kan slechts worden gespeculeerd. Wat zou de verklaring kunnen zijn voor het koken van graan in kleine potjes? Mogelijk was graan waardevol of slechts beperkt beschikbaar en werd het alleen in kleine porties gekookt als bijgerecht. Wat wel duidelijk wordt is dat het koken van granen in Medel-De Roeskamp een eigen betekenis had en in speciaal daarvoor uitgekozen aardewerk gebeurde.

Ook in onderzoek van residuen uit Swifterbant-S3 is een correlatie van voedseltype met het soort aardewerk bekend.[1] Ondanks het feit dat het onderzoek in S3 niet gericht was op potgrootte, blijkt dat de maaltijden met graan vooral gekookt zijn in middelgrote potten (22-25 cm in diameter). In één geval betrof het een klein potje (15 cm in diameter), en in enkele gevallen werden ook grotere potten gebruikt (groter dan 28 cm in diameter). In deze potten werd emmer vaak gekookt met vis. Het beeld dat lijkt te ontstaan, is dat het koken van granen in de Swifterbant-cultuur in speciaal daarvoor uitgekozen aardewerk gebeurde, al kan de keuze voor specifieke soorten aardewerk per Swifterbant-vindplaats of mogelijk -regio uiteenlopen. Dit is een structureel proces dat duidt op een culturele aanpassing.

 

[1] Raemaekers et al. 2013


Afbeelding 2. SEM microfoto’s met resten van een graankorrel met één cellaag dik aleuronweefsel van Triticum (waarschijnlijk emmertarwe) ingebed in de residu matrix (V17243, links) en gefragmenteerde visschubben in de residu matrix (V5497, rechts). Foto’s: © L. Kubiak-Martens, BIAX Consult.

Aanbevelingen & tips

Het is duidelijk dat micro-botanisch (SEM) gecombineerd met chemisch (FTIR en DTMS) onderzoek de mogelijkheden van de analyse van residuen zeer versterkt en uitbreidt. Deze complexe materialen zijn niet met een enkele techniek volledig te doorgronden. Vooral wanneer dit werk kan worden uitgevoerd tezamen met een aardewerkspecialist die een assemblage geheel heeft kunnen bestuderen, is er meerwaarde te halen op het gebied van aardewerkgebruik en de betekenis van meerdere pottypen in een complex. Losse analyses zijn hier minder succesvol.

Het is aan te bevelen, tezamen met de aardewerkspecialisten te zoeken naar optimale combinaties van goed gepreserveerde residuen op typologisch specifieke aardewerk individuen. Daarvoor zou het botanische en chemisch onderzoek van residuen het beste zoveel mogelijk gelijktijdig met het aardewerkonderzoek moeten plaatsvinden, of minimaal kort daarna, en in samenspraak met de aardewerkspecialist. Daarmee schuift dit onderzoek dan naar de eerste analysefase.

Bronnen

Kubiak-Martens, L., & T.F.M. Oudemans, 2023; Chapter 16, Botanisch en chemisch onderzoek van organische residuen op potscherven uit de Swifterbant-periode. In: Anscher, T.J. ten, S. Knippenberg, C.M. van der Linde, W. Roessingh & N.W. Willemse (red.), Een Swifterbant-gehucht, een Hazendonk-nederzetting en erven en graven uit de bronstijd in Medel-De Roeskamp (RAAP-rapport 6519 / Archol rapport 742 / ADC rapport 6150 / BAAC Rapport A-16.0207, pp 467-496.

 

Raemaekers, D.C.M., L. Kubiak-Martens & T.F.M. Oudemans, 2013; New food in old pots - charred organic residues in Early Neolithic ceramic vessels from Swifterbant, the Netherlands (4300-4000 cal. BC). Archäologisches Korrespondenzblatt 43(3), 315-334.

 

 

Sluiten

Verbeter de digitale toegankelijkheid door kleuren donkerder te maken, het kleurcontrast te verzachten, de regel en letterafstand te vergroten.